← Terug naar de honden

La Casa Vagabundo

Verhalen

Kleine momenten, bijzondere ontmoetingen en een nieuw hoofdstuk voor onze honden.

Het avontuur van de afdankertjes - Of: hoe één Podenco ons volledige huishoudelijke beleid om zeep hielp.

Vier jaar geleden kwam Chico ons leven binnen. Al klinkt ‘kwam binnen’ veel te beheerst. Er raasde een draaikont over de drempel. Een stuiterbal met giga-oren. Een Spaanse tornado die toevallig in een hondenvelletje zat: Coco-Loco-Chico. Een Podenco met de energie van een compleet dorpsfeest, inclusief fanfare, vuurwerk en die ene nonkel die om vier uur ’s nachts nog een polonaise begint. Chico verbleef bij een geweldig opvanggezin, maar wachtte nog op zijn eigen thuis. Hij had weinig bagage: een hart vol liefde, een roze neus met ingebouwde muizenradar en oren waarmee hij vermoedelijk ook het luchtverkeer boven Alicante kon begeleiden.

Wij dachten dat we een hond in huis haalden. Chico bleek een beleidswijziging.

Dankzij hem ontdekten we hoe belangrijk opvanggezinnen zijn voor Spaanse asielhonden. Een veilige tussenstop. Even ademhalen. Leren dat een uitgestoken hand ook gewoon iets lekkers kan bevatten. Toen mijn zestigste verjaardag naderde, vroegen mijn man en zoon wat ik wilde. Een juweeltje? Een weekendje weg? Een etentje waarbij niemand onder tafel aan je schoen likt?

‘Geen bloemen. Geen cadeaus. Geen verrassingsfeest. Ik wil hondenmoeder worden.’ Er viel mogelijk een stilte waarin mijn man zijn kansen op een rustige oude dag opnieuw berekende. Maar zo geschiedde.

Sommige mensen beginnen op hun zestigste met golf. Ik begon met opvanghonden. Ook veel wandelen en ballen oprapen, alleen hebben mijn medespelers geen broek aan en eten ze soms de scorekaart op. Inmiddels hebben we meer dan honderd hondjes geholpen op weg naar hun eigen Forever Home.

Wat begon met ‘we kunnen er misschien eentje helpen’, groeide uit tot een huishouden waarin hondenmanden tot de vaste inrichting behoren en een vrije plek op de bank vooral een theoretisch begrip is.

Onze eerste gast hier in Spanje was Lucy. Ze kwam bibberend en kruipend binnen in de gemeenteshelter, met ogen die maar één vraag leken te stellen: ‘Neem je mij mee en ben ik dan veilig?’

Haar volledige verhaal kennen we niet. Sommige honden brengen geen verleden mee dat je kunt nalezen. Je ziet alleen de sporen. Deuren maakten haar bang. Harde stemmen ook. Maar koekjespapier? Dat geluid werd onmiddellijk herkend. Daar zat geen enkele vertraging op de verbinding. Eén bescheiden krrrk en ergens achter die angstige oogjes ging een lampje branden: ‘Is dat de catering?’

We vermoedden dat Lucy ooit bij een ouder iemand had gewoond. Iemand die haar verwende, bij wie ze zich thuis voelde. Misschien viel die persoon weg en raakte zij daarna alles kwijt. We weten het niet zeker. Wat we wél wisten: ze hoefde hier niets te bewijzen. Ze mocht bang zijn. Afstand houden. Eerst kijken. Nog eens kijken. En daarna eventueel besluiten dat wij voorlopig door de keuring waren. Beetje bij beetje groeide haar vertrouwen.

En uiteindelijk kwam het mooiste nieuws: Lucy werd geadopteerd. Haar eigen mensen. Haar eigen thuis. Haar eigen gouden mandje.

Daarna kwam Pecas. Twaalf jaar oud. Vijfendertig centimeter hoog. Blind, kreupel en met een grijs snoetje waar je hart spontaan zachter van ging kloppen. Zijn baasje werd ziek. De familie kon of wilde hem niet houden. En zo moest hij op zijn oude dag opnieuw beginnen.

Hij hoefde geen kunstjes te kunnen. Geen wandelrecord te vestigen. Geen bewijs van goed gedrag in drievoud in te leveren. Hij mocht gewoon zijn oude dag hier slijten... En daarmee werd Pecas de eerste officiële bewoner van La Casa Vagabundo, de opvolger van Gepetto.

Zijn pensioenregeling was meteen rond: een veilige thuis, een gegarandeerde plek op de bank en de mogelijkheid om bij de andere viervoeters in een mand te kruipen. Geen kleine lettertjes. Wel hondenharen. Eindelijk eens een contract waar iedereen beter van werd.

En zo begon ons avontuur pas écht.

Onze gasten arriveren zonder koffers. Ze nemen hun angsten mee, hun gewoontes, hun oude botten en soms een verrassend uitgesproken mening over het avondeten. Van een bibberend vraagtekentje naar een hondje met een toekomst. Er wordt gesnurkt. Er wordt gescharreld. Er wordt zeer overtuigend gedaan alsof er vandaag nog helemaal niemand eten heeft gekregen.  Daar mag je gerust even voor in je zakdoek snuiten. Controleer alleen eerst of er geen hondenkoekje in zit.

Een oud hondje met een groot gevolg

Ergens tussen België en Spanje is ons leven een andere richting uitgegaan. Letterlijk, om te beginnen. Naar het zuiden.

We belandden hier met elkaar, onze honden en onze spullen. Wat we toen nog niet helemaal konden overzien, was hoeveel ruimte er in zo’n Spaans hoofdstuk zou blijken te zijn voor nieuwe verhalen. En hoeveel van die verhalen vier poten zouden hebben. Een huis met een grote tuin bleek daarbij een uitstekend idee.

Al verschillen de meningen over van wie die tuin eigenlijk is. Wij betalen de rekeningen. De honden gebruiken hem. Zij vinden die taakverdeling bijzonder evenwichtig. Zo bouwden we hier een leven op. Vincent werkt van thuis uit. Ik schilder, lees en probeer mijn Spaans steeds wat minder avontuurlijk te laten klinken. We wandelen met de honden wanneer het niet te warm is, ontvangen graag mensen aan tafel en genieten van wat we hier gevonden hebben.

Dat klinkt behoorlijk idyllisch, maar... Er moet natuurlijk ook gewoon hondenhaar van de bank... En daarna opnieuw... En opnieuw...

La Casa Vagabundo begon niet met een ondernemingsplan, een bestuursvergadering of iemand die zei: “We moeten eens nadenken over onze marktpositie.”

Er was Gepetto. Ons oude, wat krakkemikkige, een tikje eigenwijze hondje met zijn manke pootje. Zo eentje bij wie mensen misschien denken: wat lief… maar wie neemt zo’n hond nog in huis?

Wij dus. Met zijn eigen tempo en zijn stille aanwezigheid liet hij ons voelen hoeveel geluk er kan zitten in zorgen voor een oudere hond. Samen op de bank. Een dekentje. Een diepe zucht waarmee hij leek aan te geven dat de dienstverlening voorlopig aanvaardbaar was.

Gepetto hoefde geen andere hond meer te worden. Hij mocht gewoon Gepetto zijn. Toen we hem moesten laten gaan, bleef er een grote leegte achter. Maar ook een idee dat zich niet meer liet wegsturen... Wat als er een plek was voor honden zoals hij? Voor de oudjes. De kwetsbaren. De honden voor wie de belangstelling wat stiller wordt, terwijl zij nog zoveel te geven hebben. Daar kreeg La Casa Vagabundo zijn hart: Een thuis met grijze snoeten

Hier draait het om zachte manden, goede voeding, aangepaste zorg en de tijd om te wennen. Soms ook om worst. Eliseo kan bevestigen dat worst een waardevolle bijdrage levert aan wederzijds begrip.

We leren onze honden kennen zoals ze zijn. De ene zoekt gezelschap, de andere eerst wat afstand. Sommige honden komen tot rust zodra ze hun mand gevonden hebben. Andere moeten nog ontdekken dat een uitgestoken hand ook iets vriendelijks kan betekenen.

En wij leren mee. Geduld hebben. Beter kijken. Een klein moment herkennen dat eigenlijk helemaal niet klein is.

Een hond die voor het eerst ontspannen gaat liggen. Die voorzichtig dichterbij komt. Die in slaap valt en kennelijk besluit dat wij de bewaking wel even kunnen overnemen. Daar worden we gelukkig van.

En nu begint hier een nieuw hoofdstuk Op deze plek willen we voortaan vertellen over ons leven in Spanje. Over de honden, mijn schilderijen, de mooie dagen en de dagen waarop het verstandig is eerst koffie te zetten. Je zult hier warmte vinden. Af en toe verdriet, want ook dat hoort bij het leven met senioren. En vooral humor. Met zoveel karakters onder één dak wordt er hier dagelijks materiaal aangeleverd.

La Casa Vagabundo is onze thuis geworden, met alles wat daarbij hoort.

De liefde. De zorgen. De grijze snoeten en natuurlijk ook onze eigen Vagabondjes. En die vele zetels, waar volgens ons oorspronkelijk ook plaats voor twee mensen voorzien was.

We blijven hoopvol.

Wat begint met één oud hondje, eindigt met La Casa Vagabundo: een vijfsterrenresidentie waar de gasten de hele dag dutten en de directie hondenhaar verwijdert.